Minister Koolmees: beëindig slapend dienstverband vóór 1 januari 2020

Door Joost Hoetink in Arbeidsrecht op 2019-12-16

In een brief van 13 december 2019 aan Tweede kamer schrijft de minister dat alleen compensatie aan de werkgever van een betaalde beëindigingsvergoeding aan een langdurig zieke met een slapend dienstverband volgens huidige formule transitievergoeding plaatsvindt, als de beëindigingsovereenkomst voor 1 januari 2020 tot stand is gekomen. Het na 31 december 2019 sluiten van een beëindigingsovereenkomst kan voor de werkgever dan nadelige financiële gevolgen hebben.

Slapend dienstverband

Sinds de invoering van de wet werk en zekerheid op 1 juli 2015 geldt dat een werkgever die de arbeidsovereenkomst met een langdurig zieke werknemer opzegt, de wettelijke transitievergoeding aan de werknemer moet betalen. Veel werkgevers beëindigden daarom niet en hielden het dienstverband van een langdurig zieke in stand terwijl er na twee jaar geen loon meer betaald werd (’slapend dienstverband’).

Compensatie werkgever voor betaalde vergoeding door UWV

Op 1 april 2020 treedt een wet in werking die er in voorziet dat de aan een langdurig zieke medewerker betaalde beëindigingsvergoeding tot maximaal het bedrag van de wettelijke transitievergoeding door het UWV aan de werkgever wordt gecompenseerd. Het gaat dan om de transitievergoeding zoals die berekend kan worden, als zou de werknemer precies na 104 weken zou zijn opgezegd (daarnaast gelden nog een aantal wettelijke eisen; het is dus zaak dit goed te laten beoordelen).

Terugwerkende kracht

De mogelijkheid van compensatie geldt ook met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015. Als een werkgever dus na 1 juli 2015 bij beëindiging van het dienstverband met een langdurig zieke werknemer een vergoeding heeft betaald, kan hij alsnog na 1 april 2020 compensatie door het UWV vragen tot maximaal de hoogte van de transitievergoeding. Die aanvraag moet dan wel voor 1 oktober 2020 zijn ingediend. De compensatie geldt ook als een vaststellingsovereenkomst is gesloten.

De Hoge Raad: werkgever moet op grond goed werkgeverschap ingaan op voorstel van werknemer

De Hoge Raad heeft in een uitspraak van 8 november 2019 bepaald dat als een werknemer – die  langer dan 104 weken arbeidsongeschikt is voor zijn werk – de werkgever aanbiedt het dienstverband te beëindigen onder de betaling van de transitievergoeding, het onredelijk is als de werkgever dat weigert omdat de werkgever daarvoor compensatie van UWV kan krijgen. De werkgever is in de ogen van de Hoge Raad verplicht een dergelijk voorstel van de werknemer te aanvaarden, omdat dat volgt uit de eisen van goed werkgeverschap (ook wel: de redelijkheid en billijkheid in de arbeidsovereenkomst).

De Hoge Raad heeft daarbij expliciet aangegeven dat het niet uitmaakt als deze situatie zich voordoet, vlak voor de pensioendatum van de werknemer. Ook dan moet de werkgever ingaan op een redelijk voorstel tot beëindiging van het slapend dienstverband met betaling van de transitievergoeding.

Versobering hoogte transitievergoeding vanaf 1 januari 2020

De uitspraak van de Hoge Raad leidde tot veel nieuwe vragen, bijvoorbeeld hoe het UWV vaststellingsovereenkomsten tot beëindiging zal beoordelen die vóór of ná 1 januari 2020 worden gesloten. De achtergrond hiervan is dat op die datum de wettelijke formule voor het berekenen van de transitievergoeding wordt versoberd als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Dit gaat direct op 1 januari 2020 in. Met name medewerkers die langer dan 10 jaar in dienst zijn en/of ouder dan 50 jaar zijn, kunnen, als het dienstverband na 1 januari 2020 eindigt een lagere transitievergoeding verwachten dan dat het slapend dienstverband nog vóór die datum zou eindigen.

Brief minister Koolmees van 13 december 2019

Om die reden heeft minister Koolmees in een brief van 13 december 2019 werkgevers, als zij een af te spreken beëindigingsvergoeding voor een slapend dienstverband nog gecompenseerd willen zien tot de t/m 31 december 2019 gunstigere wettelijke formule, opgeroepen nog vóór 1 januari 2020 een beëindigingsovereenkomst te sluiten.

Regeling compensatie transitievergoeding

In de brief van Minister Koolmees wordt ook benoemd dat de regeling compensatie transitievergoeding zal worden aangepast.In de nu gepubliceerde regeling wordt nog benoemd dat de transitievergoeding die is betaald in de ‘oude gevallen’ (d.w.z. die wegens het volmaken van de wachttijd van 104 weken na 1 juli 2015), uiterlijk volledig vóór 1 april 2020 betaald dient te zijn. Hoe dit in de aangepaste formulering zal worden vormgegeven, is hopelijk binnenkort duidelijk.

Joost Hoetink

Heeft zich toegelegd op de rechtsgebieden arbeidsrecht, pensioenrecht en ambtenarenrecht. Hij werkt voor zowel werkgevers (bedrijven, overheid, onderwijs en non-profit) als individuele werknemers en ambtenaren.

Joost is een ervaren advocaat in zowel het geven van advies als in het voeren van procedures. Hij heeft zowel ervaring met onderhandelingen ter oplossing van geschillen als met het voeren van inhoudelijke procedures bij de civiele- of bestuursrechter. Ook ondersteunt hij zijn cliënten regelmatig bij mediation of wordt hij gevraagd voor een second opinion, zoals voor een rechtsbijstandverzekering. Een realistische kosten- en risicoafweging is standaard.

Aan de Universiteit Utrecht studeerde Joost Nederlands recht, waarna hij Banking & Capital Market law studeerde aan de Universiteit van Genève (Zwitserland). Tijdens zijn carrière als advocaat volgde hij de postacademische specialisatie-opleidingen arbeidsrecht aan de Grotius Academie (Universiteit Nijmegen) en pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Met de laatste opleiding behaalde hij de titel van gecertificeerd pensioenrechtadvocaat (Certified Pension Lawyer, CPL).

Joost is lid van de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN), de Vereniging voor Pensioenrecht en de Vereniging Ambtenaar en recht. Hij is daarnaast actief als lid van een gemeentelijke bezwaaradviescommissie en treedt ook regelmatig op als lid van adviescommissies op het gebied van arbeid en pensioen.